I’m not afraid anymore
juni 14, 2007
Watching forever, forever
Watching love grow, forever
Letting me know, forever.
It’s a long way down
juni 11, 2007
Tool: Bottom
My compassion is broken now
my will is eroded now
desire is broken now
it makes me feel alive
I’m on my knees and burnin’
my piss and moans are the fuel that sets my head on fire
so smell my soul burn
I’m broken lookin’ up to see the enemy
and I have swallowed the poison you feed me
but I survive on the poison you feed me
guilt fed, hatred fed, weakness fed
and it makes me feel ugly
on my knees and burnin’
my piss and moans are the fuel that sets my head on fire
I’m dead inside
Shit adds up, shit adds up, shit adds up, shit adds up at the bottom
if I let you, you would make me destroy myself
in order to survive you, I must first survive myself
I can sink no further, and I cannot forgive you
there’s no choice but to confront you, to engage you, to erase you
I’ve gone to great lenghts to expand my threshold of pain
I will use my mistakes against you, there’s no other choice
I’m shameless now, I’m nameless now, I’m nothing now, I’m no one now
but my soul must be iron ’cause my fear is naked
I’m naked and fearless
and my fear is naked
dead inside, dead inside, dead inside
nameless now, shameless now, nothing now, no one now
shit adds up
and you see me naked now
fearless now, naked now
shit adds up
it leaves me dead inside
hatred keeps me alive
angriness keeps me alive
weakness keeps me alive
guilt keeps me alive
at the bottom
Nine Kinds of Pain
april 8, 2007
“More than ever (like) a backbeat on a broken stereo,
I watch the needle skip to the end of the song..
On days like this I’m giving up on you.”
Mr. Beast
maart 7, 2007
We zijn allemaal het slachtoffer van onze adaptieve preferenties. In filosofische kringen durven ze in dat verband wel eens spreken over mensen die hun preferenties aanpassen aan de omstandigheden. Je weet wel: het gras is altijd groener aan de andere kant. Surprise!
Welnu gaat dat bij mij eigenlijk gepaard met een vergroting van het inconsistent gedrag. In (Flair-)psychologische kringen zou dat heten dat je in situatie x naar een gewoonte y handelt, ondanks dat je eigenlijk naar een gewoonte y’ zou moeten handelen omdat je beseft dat y’ het beste is (of in ieder geval toch rationeler dan y). Er bestaan daar overigens psychodynamische therapieën voor. Naar’t schijnt. Niet voor het ‘moe(s)t…’ deel, maar wel voor het ‘inconsistent’ deel.
Mais bon. Wat doet een mens daaraan natuurlijk? Je kunt er volledig niet meer voor gaan en breken met wat gebroken is. Of je kunt ermee doorgaan en lijmen dat wat gebroken is. Hoewel dat op het eerste zicht eigenlijk een morele patstelling is. In de eerste situatie zouden, wiskundig gezien, de twee breuken nadien opnieuw een geheel vormen. In de tweede situatie zou je achterblijven met een anderhalve breuk. Waarmee je dan uiteindelijk ook opnieuw aanbelandt bij die morele patstelling van eerder: you choose, you lose. Voor de slechte verstaanders: kiezen is verliezen.
Maar dat is het probleem niet. Het probleem situeert zich binnen de tijdspanne. Het moment waarop. De eruptie van de vulkaan. Het kookpunt van je lichaamssoppen. Het lef om een breuk te slaan in de dijk, zonder daarbij al te veel water terug naar zee te moeten dragen. Zonder te moeten dweilen met de kraan open.
Dáár is revolutie voor nodig. Revolutie in de vorm van een sterke psyche (op zijn Grieks). Een kluwen van zowel externe als interne factoren. Maar zolang die gemoedstoestand niet bereikt is blijven we leven. Hoewel we schijnbaar niet leven, maar gewoon de tijd doden.
Ne porvivajo. Nur mortigi tempo.
Storm. Static. Sleep
februari 21, 2007
Klinish depressief diagnosticeerde de arts. Déjà-vu. Maar het verdict van de dokter scheen hem goed te doen. Een belofte om eventjes terug op adem te komen. Om hem te herpakken en vooral terug zijn oude hij te worden. Wonderwoorden, gevleugeld met een sprankeltje hoop. Een lichtpuntje in de duisternis van het afgelopen jaar. Uit zijn mond.
Zelfs ik werd schijnbaar gelukkig van het nieuws hij te melden had. De voorbije zes maanden waren voor mij immers ook geen pretje. Bij hem, samen met hem, verdwenen alle emoties die mij tijdens de dag beroerd hadden. Bij hem bestaat ‘Geluk’ niet. Of het verbleekt op zijn minst. Totdat het in het rijk der niets verdwijnt. Want neerslachtigheid verplettert alle sprankelende lichtjes. De overtreffende trap geldt enkel in omgekeerde richting en is alleen maar van toepassing op negativisme.
Eventjes geloofde ik hem. Ja, … eventjes leek het zelfs alsof alles al terug in orde wás. Met één enkele vingerknip. Zonder slag of stoot. Maar toen hingen er reeds aanwijzingen in de lucht dat het om een stuiptrekking zou gaan. Een laatste stuiptrekking voordat alle, voor levensvatbaar doorgaande, energie zou verdwijnen. De rest, hetgeen wat overbleef, zou een fysiek lichaam zijn. Moe gestreden. Doodmoe en moedeloos.
“Vanaf nu wordt het enkel maar beter”. Een te simpele deductie van een hypothese die geen praktische draagkracht heeft. Hoewel het een aannemelijke gedachtengang is om in mee te gaan, besloot ik om gereserveerd af te wachten. Uit het verleden heb ik namelijk geleerd niet te vlug conclusies te trekken over klinisch depressief zijn en genezen. Want het is vooral het (her-)vallen dat een lelijk weerhaakje heeft.
En vallen zouden we doen. Er volgenden verwijten. Ik besloot te incasseren, mede omdat ik geen zin had in discussies die het label niet waard zijn. Ik had zijn gebrek aan relativeringsvermogen moeten inschatten. Al was het maar uit eigen ervaring. In plaats daarvan deed ik een overschatting. Want voor mij was het duidelijk dat er geen greintje begrip aanwezig was voor het engagement dat ik moe(s)t leveren. Een own goal uiteraard.
Ik deed aanstalten om te vertrekken. Terwijl mijn geloofwaardigheid op de helling zou gebracht worden door het niet kunnen bedwingen van mijn traankanalen. Hoewel hij voet bij stuk hield, leek de boodschap evenwel aangekomen. Al moest het ergste nog komen.
Plots barstte hij uit. Emotioneel. Fysiek. Eén hoopje ellende. Hij die zich altijd op een gevatte manier weet te distantiëren van alles wat met emoties te maken heeft. Hij barstte uit. Tranen met tuiten. Een hyperventilatie-aanval, zo eentje waarbij je lijkt dood te gaan. Niet te kalmeren, wat alles maar erger maakte. “Je mag niet weggaan”. “Je mag niet weggaan”. “Je moet beloven dat je bij mij blijft”. “Je moet beloven dat je bij mij blijft”. “G a a s j e b l i e f t n i e t w e g”.
I’m so sick of all these people but I’m scared to be alone
februari 14, 2007
De laatste drie dagen waren zwaar. Op een psychische manier. Het latente gevoel van met rust gelaten te willen worden, constant aanwezig, is in strijd de behoefte om het hart eens te luchten tegen iemand. Al impliceert dat dat ik iets kwijt moet. Wat moet ik dan kwijt? Alsof ik over iets te klagen heb.. . Ik zit duidelijk in een ‘joint-decision trap‘ momenteel. Er raast een collectieve besluitloosheid door mijn lijf. De verschillende stemmen schaken mij in een patstelling. En voorlopig is de exit nog niet nabij.
Aantrekken, wanneer je voelt dat de greep lost. Afstoten, als je vindt dat de band te innig wordt. De gedachte dat een promiscue afspraak beter is dan geen afspraak at all. En ondanks dat alles -blijkbaar- nog moet beginnen denk je al aan eindigen.
Je wikt en weegt je woorden zonder daarbij toe te geven aan hetgeen je echt voelt maar niet over je lippen krijgt. In plaats daarvan trek je je terug in je eigen leefwereld waar er enkel plaats is voor jezelf en voor gedempte zintuigen. Meer zelfs. De wereld is een triumviraat dat jou met de grond wil gelijk maken. Quod me nutrit, me destruit. Je bakent jezelf af, je trekt jezelf terug. Zonder ook maar een seconde na te denken over datgene wat ik je nu al een aantal maanden aan het verstand probeer te brengen.
Stiekem hoop ik dat je ooit beseft dat niet alles gemaakt is om te vernietigen. Of vernietigd te worden. Maar dat aan de basis van alles een constructieve keuze ligt. Geen tweedehands (of -rangs) keuzes zoals we deze tot op heden gewoon zijn. Ook al is dat moeilijk te geloven in een wereld waar je niet(s) kan hebben (of krijgen) wat je écht wil. Dus leggen we onszelf maar aan de ketting. In afwachting van wat misschien nooit komen zal.
Stars – Your Ex-Lover Is Dead
Falling into place
januari 16, 2007
Ik lijk mijn innerlijke rust (terug)gevonden te hebben. En eigenlijk is dat best wel ‘wijs’, maat. Hoewel er momenteel een wervelwind raast door mijn naaste omgeving, dobber ik rond op de golven van ‘mediocrity’. Niet heel erg gelukkig, maar ook niet ongelukkig. Want eigenlijk ben ik van tijd zowaar eens een positief mens en al. Or maybe i just stopped caring.
Swept back
januari 5, 2007
Tien minuten had het sprookje nodig om bittere realiteit te worden. De prins was niet langer prins. Zijn paard was duidelijk op hol geslagen of stond op stal. De plotse wending van het verhaal deed me zonder aarzelen vertrekken. En hoewel ik je wel vaker gedag zeg, voelde het deze keer anders aan. “Oh i left you, but you never really felt that far away. Oh i left you because it seemed to hurt us less than if i stayed”.
Het spijt me, maar ’sorry’ is een te simpele verontschuldiging momenteel.
(Isn’t it beautiful) our lack of control
december 26, 2006
Een trein vol herinneringen … om weemoedig van te worden. Associatie met alles wat ooit mijn liefde was. Mijn leven. Maar vooral nu niet meer is. Het kleinste detail doet mijn anderhalf jaar met hem terug herbeleven. Hoewel ik er niet warm van loop, laat het me niet bepaald koud. Willekeurig haal ik me emoties voor de geest: van hem heb ik veel geleerd, door hem ben ik wie ik nu ben. Het sluitstuk van mijn (te korte) jeugd. Mis ik hem soms? Nee. Al wijst het wel op een grote lee(g/m)te. The missing part, de rechterkant van het veel te grote bed. Het warme gevoel van ‘echt’ thuiskomen.

