Christian, Raymond, Antoine, Zachary en Yvan
augustus 30, 2006
Je hebt wel zin om een filmpje mee te pikken, maar je wil geen geslurp van frisdrank noch gekraak van chips of popcorn in Dolby Surround. Daarenboven heb je niet veel zin om een eind te fietsen. Geen nood: je bent in Gent en de oplossing ligt voor de hand: de Sphinx.
Gisteren was het de beurt aan C.R.A.Z.Y. van Jean-Marie Vallée. Overigens volledig op aanraden van –euh– veel vrienden. Het verhaal, wel veel verhaal is er eigenlijk niet, begint met de geboorte van Zac. De vierde in een rij van zonen, ware het niet dat moeder Beaulieu reeds drie miskramen gehad heeft. Een korte rekensom: de zevende van zeven. In wat volgt worden we vnl. meegesleept in Zac’s (ik-heb-speciale-gaven) leven. Van peuter tot kleuter, van puber tot jongvolwassene. Elke levensfase vergezeld van de nodige confrontatie en drang naar zelfaffirmatie mét speciale aandacht voor muziek en levenswijze tijdens de periode 1960-1980.
Daar wrong het schoentje bij mij. De prent speelt zich geheel voor mijn tijd af waardoor het me dus eigenlijk aan achtergrond ontbrak om de film echt naar waarde te schatten. Voor de rest wel herkenbaar: van vader’s lievelingetje tot vader’s niemendalletje, wilde jaren en nog wildere streken, enz.
Toch bleef ik wat op mijn honger zitten. Overigens hetzelfde gevoel als Brokeback Mountain. Veel fuzz’n’buzz rond de prent, maar uiteindelijk toch niet voldoende boeiend om mijn filmhonger te stillen. Achja.
Recht van antwoord: de collega(’s) aan het woord
augustus 28, 2006
hallo beste collega, tof om zo mensen neer te halen, tfeit dat je je zo afreageert op mensen maakt van jezelf een slecht mens. Doe dan in het vervolg geen vakantiejob meer. Je klaagt dat je de vuile werkjes moest doen, wel je kan niet verwachten dat je als vakantiejob de boekhouding moet doen. En de drukkerij een beschutte werkplaats noemen, vind ik absoluut denegrerend (sic) voor de mensen die er werken. Met zo’n menbtaliteit (sic) ga je allesinds (sic) niet ver graken (sic). Als jij geen respect toont voor anderen en hun werk, dan kun je ook niet verwachten dat je respect van hen zult krijgen. […]
Bovenstaand bericht kreeg ik zaterdagavond in mijn mailbox. Geheel anoniem. Nu kan ik daar eigenlijk twee dingen mee doen. Ofwel gewoon verwijderen en doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is, ofwel verschaf ik enige toelichting. Als vredelievend burger en deelgenoot van deze Belgische democratie kies ik voor de laatste optie m.n. toelichting verschaffen.
Het euvel situeert zich bij de posts over mijn vakantiejob (cf. De vloer). Ik haalde er ongegeneerd en vooral zonder enige morele bezwaren mijn collega’s door het slijk. Volledig onterecht zo blijkt. Net zoals die autochauffeur die mij eergisteren een middelvinger toonde omdat ik niet snel genoeg reed. Maar goed, humor is een geval apart. Je zegt dingen om te lachen, niet om mensen belachelijk te maken*.
In ieder geval deed bovenstaand bericht mij serieus nadenken over de vrijheid van meningsuiting (art. 19 GW) ofte “het recht om aan zijn filosofische, godsdienstige, politieke, persoonlijke of ideologische overtuiging uiting te geven in woorden, geschriften of gedragingen”**. Schrijnend vind ik dat, het niet meer luidop mogen denken noch zwart op wit schrijven wat ik denk. Ondanks dat ik niet aanzet tot haat of discriminatie, noch misbruik maak van datzelfde recht.
Iets wat trouwens in strijd is met de vrijheid van drukpers (art. 25 GW). Dit artikel bepaalt dat de censuur nooit kan worden ingevoerd en geen borgstelling kan worden geëist van de schrijvers, uitgevers of drukkers. Tenzij ik zondigde aan “a) een uiting van een strafbare mening, door b) middel van gedrukte en c) bekendgemaakte geschriften”°. Ook dit is niet het geval. Het meedelen van een feit of het verstrekken van een inlichting kan nooit een drukpersmisdrijf zijn.
Zelfs art. 10 van het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) waarborgt de vrijheid van meningsuiting. Het gaat daarin zelfs nog verder dan de Belgische Grondwet en stelt: “Eenieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of door te geven, zonder inmening van overhidswege en ongeacht de grenzen. […] De vrijheid van expressie en informatie vormt een fundamentele pijler voor een democratische rechtsstaat. Deze vrijheid houdt, volgens de Straatburgse instanties, ook in dat er plaats moet zijn voor inlichtingen en denkbeelden die ergeren, shockeren of verwarring kunnen zaaien; zonder botsing van ideeën is er geen pluralisme, verdraagzaamheid en openheid van geest.”°°
Tot hier de juridische zijde van mijn betoog. Moreel gezien ben ik hoogstwaarschijnlijk wél over de schreef gegaan. Al valt zelfs daar nog serieus over te discussiëren. Los van alles bied ik wél mijn oprechte excuses aan. Aan iedereen die ik gekwetst heb met mijn neergeschreven gedachten, aan iedereen die zich aangesproken voelde, aan iedereen die meeheult tégen de vrijheid van drukpers/vrije meningsuiting/vrijheid van gedachten, aan Bert Anciaux, én aan de burgemeester van mijn geboortedorp omdat ik zijn dorp in mijn vorige post een ‘klotehol’ heb genoemd. De priester kan echter mijn kloten kussen.
De slotsom van dit alles is dat de teneur van de opendebatcultuur met zich meebrengt dat iedereen op de tippen van zijn lange tenen leeft. Gesnoerde monden, dat is blijkbaar wat we nodig hebben. Lang leve de situaties van voor 1830, off with those heads! Als dit een goede voorspeller is van wat er in de toekomst -laat ons beginnen met 8 oktober 2006- nog moet komen, dan hou ik vanaf nu mijn hart vast.
*RENSON, I., Grenzen aan de vrije meningsuiting: een interview met Etienne Vermeersch. In: De Tijd, 8 jan. 2005.
**VANDE LANOTTE, J., GOEDERTIER, G., Overzicht Publiekrecht. Brugge, Die Keure, 2003, p.489.
°VANDE LANOTTE, J., GOEDERTIER, G., idem, 2003, p.499.
°° VANDE LANOTTE, J., GOEDERTIER, G., idem, 2003, pp.502-504
Requiem
augustus 26, 2006
Woensdag laatstleden was het exact 4 jaar geleden dat mijn grootvader ten grave werd gedragen. Mijn grootvader en ik waren niet bepaald altijd twee handen op één buik, maar we wisten wel beide wat we aan elkaar hadden. Misschien het best te vergelijken met een soort van wederzijdse trotsheid langs beide kanten.
Desondanks het feit dat de dood zijn visitekaartje reeds een paar keer achterliet in mijn/dit nietig leven moet ik diezelfde dood op de een of andere manier toch een beetje dankbaar zijn. In die zin dat het telkens out with a bang was. Geen ellenlang lijden, noch ellenlang zien lijden (op één geval na, dat wel).
Maar goed, nu wil de West-Vlaamse traditie dat er jaarlijks een herdenkingsmis gehouden wordt. Je weet wel: één keer per jaar samenkomen in het ‘huis van God’ om nog eens gezamenlijk aan opa te denken om daarna bij oma sandwiches te eten en bier te drinken. Want dood ben je pas, als men je vergeten is. Jaja.
De gedachte aan samenkomen in het huis van God én dat terwijl je eigenlijk systematisch geweigerd wordt omwille van een deeltje (lees: geaardheid) van je persoonlijkheid zet me niet bepaald aan om naar zo’n eucharistieviering te gaan. En dat weten ze bij mij thuis ook. Los van mijn overtuiging en de weinige affiniteiten die ik tegenwoordig nog heb met dat klotehol waar ik opgevoed ben lijkt de breuk tussen ‘(hypocriet-)gelovig’ en ‘goddeloos’ redelijk disruptief, zoniet een onoverbrugbare kloof (geworden).
Los van dit alles neem ik deze week echter wel de tijd om eens vijf minuten naar het kerkhof te gaan. Want ook al mogen zij die collectief één keer per jaar herdenken, de eerste steen naar mij werpen, toch zijn ook zij niet vrij van zonden inherent aan het medium Kerk.
Verhuis / right side of the bed
augustus 25, 2006
Ik ben verhuisd! En dat is eigenlijk heel goed nieuws. Zo heb ik nu twee grote ramen die rechtstreeks het zonnetje aan/in huis leveren, een kingsize koelkast voor mij alleen, een tweepersoonsbed (!!), een hoop dozen die dringend uitgepakt moeten worden én een bureaustoel met een koevel over (maar dat is slechts een tijdelijke oplossing, al moet ik toegeven dat het wel enorm zacht zit). Mais bon. Er volgen zeker nog wat foto’s.
Mijn eerste nacht is trouwens wat woelig verlopen. Ik heb het ongeluk een raam vlakbij de straatverlichting te hebben. Nu moet je de sketchy gordijnen ‘op grootmoeders wijze’ eens inbeelden en samen met mij tot de volgende conclusie komen: deze dingen moeten zo snel mogelijk vervangen worden door iets dat het licht wél tegenhoudt. Overigens werd ik ook gepest door een leger muggen die geen plekje op mijn lichaam onberoerd lieten, en een lege rechterkant van mijn -zo leek het- gigantisch tweepersoonsbed.
Keuzevak perikelen
augustus 23, 2006
Als kind van mijn tijd (lees: ’slachtoffer’ van de BaMa-hervormingen) werp ik reeds een vroege blik op wat weer een hel belooft te worden. Ik heb het dan niet zozeer over het academiejaar an sich, maar vooral over de keuze van een keuzevak. Vroeger was het simpel: je kreeg een lijst en je koos binnen die lijst. Nu is het: je doet wat je wilt en wij keuren het (al dan niet) goed. Ik heb er alvast een paar dingen uitgepikt (die weliswaar niet allemaal aan de vereiste criteria voldoen), maar goed.
Mijn eerste interesse gaat vooral uit naar ‘Oosterse’ vakken, met nadruk op de Islam. Mogelijke opties hier zijn: Geschiedenis van de Islamwereld, Maatschappij en actualiteit: de Islamwereld en De Islam. De vereiste criteria indachtig kan ik enkel maar Geschiedenis van de Islamwereld kiezen.
Een aantal meer ’sociale’ vakken zijn ook een optie. Ik denk hierbij aan Drugsfenomenen, Relatie- en gezinsstudies, Seksuele en relatie-ethiek en Seksualiteit en globalisering. Maar ook hier vormen de praktische zaken een probleem. Respectievelijk vallen zowel Drugsfenomenen als Relatie- en gezinsstudies uit de boot.
Tenslotte kan ik ook de ‘gemakkelijke’ optie kiezen en gaan voor Geschiedenis van België in de wereld. Wat evenwel met zich meebrengt dat ik niet naar de lessen zou kunnen gaan o.w.v. mijn stage in het eerste semester.
Perseverance
augustus 20, 2006
Het chocomousse-gevoel is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor het onverbiddelijk aftroeven van mijn eigen lijf en ledematen. Kwestie van de alle negatieve energie in positieve energie om te zetten, zeg ik dan. Maar goed, ik spreek tot u. 38 kilometers in de benen, en -650 cal. later. Pfiew.
De uitputtingsslag werd voornamelijk aangevuurd door de soundtrack waarop ik fietste: Perseverance van Hatebreed. Nu moet je je daar allemaal niet teveel bij voorstellen. Rechttoe rechtaan beatdown/metalcore zonder al te veel technische/lyrische hoogstandjes. Kortom: verstand op nul en alles geven. En ja hoor … al snel neemt het automatisme over bij het horen van lyrics als:”You want to see me fail, you won’t get your chance. You want to see me fail, you won’t get your chance. You’ll never get your chance” of zelfs “It’s our struggles that define us and the hardships we endure. Your spirit can’t be broken now, you’ve come too far”.
Om maar te zeggen: ik ga vanaf nu het uiterste uit mijn fitnessabonnement halen. Toch zeker nu beide knieën eens meewillen. Mijn endorfines groeten u.
Sweetness
augustus 19, 2006
Er zijn twee dingen die me terug kunnen oppeppen als ik me slecht voel. Wel … eigenlijk drie. Een eerste iets is eten, om daarna als een bezetene te gaan sporten (endorfine’s, weet je wel). Het tweede opkikkertje kan spreekwoordelijk samengevat worden onder dance to forget. Ten slotte heb ik soms de neiging om me nog slechter te gaan voelen wat op een bepaalde manier ook kan opluchten.
Maar goed, vandaag moest de koelkast eraan geloven, met name de chocomousse van mien moedre. Net zoals ik hem graag heb: niet te zwaar, met melkchocolade en vooral zonder brokjes. Hell, ik heb er zelfs een foto van genomen (de eend geheel ter decoratie). Dat heet dan de kat digitaal bij de melk zetten ofzo? Enfin, was het altijd maar zo simpel.
Pukkelpop: het relaas
augustus 18, 2006
Dat heet dan op het ergste voorbereid zijn. Zo vertrok ik met een rugzak gevuld met een paar gummilaarzen richting Kiewit, Hasselt. De weersvoorspellingen waren niet echt positief, een understatement nota bene, en het stond vast dat de openingsdag van Pukkelpop in de gietende regen zou plaatsvinden. Maar dat was uiteindelijk buiten dátzelfde weer gerekend. Geen stralend zonnige dag, doch warm en droog. Wat moet een mens nog meer hebben?
Los van de ergernissen, die zich reeds aanboden tijdens de treinrit en dan nog eens aan de ingang bij het ‘bandjes halen’, zou ik het voornamelijk over de festivaldag willen hebben. Ik ben namelijk niet iemand die €60 gaat neertellen voor de ‘sfeer’. Ook tuesadorable dacht er zo over en samen gingen we op pad.
Door de ticketellende aan de inkom heb ik the Subs volledig gemist. Jammer, want na ze gemist te hebben op 10 Days Off had ik graag wat verloren danspasjes ingehaald. Niet dus. Mijn muzikale dag zou ingeleid worden door You Say Party! We Say Die! waar ik nog net de laatste restjes van hun set kon oppeuzelen. Aanstekelijk, maar niets speciaals.
De echte aftrap voor mij zou Rise&Fall zijn. Een punkmetal kwartet uit het Gentse. Hoewel ik deze band al ettelijke keren in kleine zaaltjes aan het werk zag en ze mij toen altijd konden bekoren heb ik toch wat gemengde gevoelens bij dit optreden. Enerzijds is het heel erg cool om een lokale band een festival als Pukkelpop te zien platwalsen, maar desondanks alles blijft het toch ‘maar’ een lokale band op een veel te groot podium. Iets wat de ‘boodschap’ niet altijd ten goede kwam.
The Dead 60’s moesten het gat tussen Rise&Fall en Infadels (zie verder) dichten. Misschien een ietwat ondankbare taak, maar de groep slaagde er wel in. Een muzikale (molotov)cocktail van punk, ska, en zelfs een snuifje reggae. De zon zou voor minder gaan schijnen.
Als je Pukkelpop zegt, zeg je inherent programmawijzigingen. Ook dit keer was het niet anders. Door het verschuiven van een aantal acts van de marquee naar de mainstage en een aantal afzeggingen (waaronder het Baby Shambles van Pete Doherty) kon ik dus toch nog de Infadels meepikken. De eerste aangename verrassing. Straf en dansbaar spul, zelfs al kende ik niets van hun reportoire. Een steengoede band die het volgens mij nog tot in de hoogste regionen van de hitparade zal schoppen. Mark my words.
Ook The Veils wou ik niet missen. Al heb ik me gehouden aan een verkorte versie van hun optreden en na het nummer ‘Guiding Light’ ben ik dan maar vertrokken. Hierop volgde een korte eet- en drinkpauze. Dat moet nl. ook gebeuren.
De muzikale draad werd terug opgenomen met We Are Scientists. Niet moeilijk als er referenties zijn naar bands als Bloc Party, Editors, Joy Division, Interpol, etc. Toch kon het geheel mij niet echt boeien (maar daar zal het gebrek aan voorkennis van de band ongetwijfeld voor een groot deel tussenzitten). De happy punk(rock) van Flatcat daarentegen wist wel mijn aandacht 50 minuten vast te houden met een goeie mix van oudere en nieuwe nummers. Fijn!
Na de set van Flatcat repten we ons naar de Boilerroom (heeft zijn naam trouwens niet gestolen) alwaar Dr. Lektroluv een set draaide. Ik word niet vaak weggeblazen door dj-sets maar dit was wel heel erg plezant. Ik waagde mij aan enkele danspasjes en blijkbaar werden deze opgemerkt door een schone Romein. Nog geen tien seconden later zei deze dan ook “vincet!” en hij hing in mijn nek/had mij in zijn armen. Just what I needed. En dat geef ik schromelijk toe.
Na het intiem moment met mijn Ausländer nog enkele nummers meegepikt van zowel Mastodon, Turbonegro (de six-pack van frontman Hank von Helvete heeft duidelijk de strijd verloren tegen de rock’n'roll bierbuik) als Nouvelle Vague. Helaas moest het belang van deze bands wat inleveren voor een goede plaats bij Radiohead.
De band waarvoor ik écht naar Hasselt was afgezakt: Radiohead. Ik had twee scenario’s in mijn hoofd: ofwel zijn ze ongeloofelijk goed, ofwel ongeloofelijk slecht. Daarenboven moest de band nog eens afrekenen met mijn hoge verwachtingen. De één uur en vijftig minuten durende set maakte echter probleemloos mijn stoutste dromen waar. Alle grote hits (‘Creep’ buiten beschouwing gelaten) passeerden de revue, met speciale andacht voor de albums Kid A, OK Computer en Amnesiac. Ik ben trouwens nog steeds niets over de sublieme versie van zowel ‘No Surprises’ als ‘Exit Music’ (waarbij je werkelijk een speld kon horen vallen). A man could not die happier.
Met speciale dank aan:
tuesadorable, maneater G., de Romein en de bands.
Songs die je raken, deel 1
augustus 15, 2006
ELLIOTT SMITH – Say Yes
It’s always been wait and see
A happy day and then you pay
And feel like shit the morning after
BRIGHT EYES – Lua
And I’m not sure what the trouble was that started all of this
The reasons all have run away, but the feeling never did
It’s not something I would recommend, but it is one way to live
Cause what is simple in the moonlight by the morning never is
JOY DIVISION – The Eternal
Try to cry out in the heat of the moment
Possessed by a fury that burns from inside
THE POSTAL SERVICE – Clark Gable
I want so badly to believe that “there is truth, that love is real”
And I want life in every word to the extent that it’s absurd
RADIOHEAD – Fake Plastic Trees
But I can’t help the feeling
I could blow through the ceiling
If I just turn and run
THURSDAY – For The Workforce, Drowning
Take these hands throw them in the river
Wash away the things they never held
THOM YORKE – Atoms For Peace
No more going to the dark side with your flying saucer eyes
No more falling down a wormhole that I have to pull you out
Guestpost – Joy Division appreesh!
augustus 14, 2006
Het begin van de jaren tachtig was pikzwart. Had punk nog het optimisme van het protest, na drie jaar “no future”, zag niemand de toekomst nog opgewekt tegemoet. Van het licht op het eind van de tunnel was nog geen sprake, de bom kon elk moment vallen. Uit Manchester kwam de passende soundtrack binnengewaaid.

Het was halverwege de late jaren zeventig. In Vlaanderen betekende de dood van Jotie ‘t Hooft dat het laatste restje romantiek uit de samenleving was geslopen, in de grijze Engelse industriestad Manchester was er van romantiek al lang geen sprake meer. Het was daar, na een optreden van de Sex Pistols, dat de jonge ambtenaar Ian Curtis en zijn vrienden Peter Hook en Bernard Albrecht (later werd dat Sumner) in 1976 besloten ook een groepje op te richten.
The Stiff Kittens werden al snel Warsaw, naar een song van David Bowie, maar een lp die onder die naam werd opgenomen zag pas officieel het licht in 1994. Het toont een groep die nog op zoek was naar zijn geluid en voorlopig erg op de erfenis van The Stooges en de Pistols leunde. Met Unknown Pleasures debuteerde de groep — na nog een naamsverandering tot Joy Division — meteen met een meesterwerk.
Van bij de openingstonen wordt de bas van Peter Hook prominent uitgespeeld, terwijl Curtis zijn eerste hartenkreet uitstoot. “I’ve been waiting for a guide to come/to take me by the hand.” En zo klinkt Unknown Pleasures ook: verloren, desperaat, en kaal als een uitgeregende stad bij nacht. Joy Division verzorgde de soundtrack bij een stevige depressie.
Het ijle, kale geluid was grotendeels het werk van producer Martin Hannett. Als een post-punk Phil Spector legde hij zijn visie op aan de groep, wars van hun ideeën en wensen, met gloeiende ruzies in de studio als gevolg. De producer won ze onveranderlijk en zijn stempel op het geluid van Joy Division was groot. Achteraf gaven Sumner en Hook toe dat hun idee meer in de richting van een rauwe rockplaat op zijn Stooges ging, maar dat was niet wat Hannet voor Unknown Pleasures in gedachten had.

Met de toevoeging van ijle synthesizers, tonnen echo en dub-technieken legde de producer de basis voor het grootstedelijk geluid dat de blauwdruk voor de new wave en gothic vormde. En niets maakt dat beter voelbaar dan het slepende “Day Of The Lords”. “These are your friends/from childhood through youth/who goaded you on/demanded more proof” zingt Curtis doods en de muziek is navenant: “Day Of The Lords” is de soundtrack bij de flikkerende weerkaatsing van het blauwe zwaailicht in de nachtelijke stad. De patiënt is dood, de sirene van de ziekenwagen afgezet, geen hulp kan meer baten. En dan moet “New Dawn Fades” nog komen, met zijn openlijke zelfmoord-contemplatie de meest duidelijke voorafschaduwing van wat zou komen.
Toch getuigt het van een zekere enggeestigheid Joy Division enkel te beschouwen als de oer-goths, full time-depressivo’s die voortdurend met het hoofd in de grond lopen. In tegenstelling tot latere epigonen zit deze muziek ook tjokvol agressie en gieren de gitaren soms nijdig door de synthesizers van Hannett heen. Luister maar eens naar de gitaar die door de openingsbeat van “Interzone” snijdt, of de paranoïde citytrip-from-hell die “Shadowplay” is. Of neem de rauwe climax van “Wilderness” met zijn manische “Tears in their eyes!”.
Unknown Pleasures schetste het claustrofobische beeld van een uitzichtloos bestaan in een naamloze stad waar alle kleur uit is verdwenen. In grofkorrelig zwart-wit projecteerde Curtis zijn beelden over eenzaamheid en wanhoop, terwijl de muziek de kilte voelbaar maakte. Dit kon niet anders dan fout lopen en dat deed het dan ook.

Curtis kreeg steeds meer te lijden onder zijn epilepsie en zijn huwelijk stond op springen door zijn buitenechtelijke relatie met de Belgische Annik Honoré. Na een laatste tour trok de groep zich terug in de studio en nam het minstens even sterke Closer op. In de aanloop naar de release daarvan werd alvast “Love Will Tear Us Apart” op single uitgebracht, hoewel het niet op het album stond. Het zou Ian Curtis muzikale testament worden: op 18 mei 1980, twee dagen voor hun eerste Amerikaanse tournee, werd hij thuis dood aangetroffen. Was het de epilepsie die hem tot zelfmoord had gedwongen? Of speelden zijn huwelijksproblemen een rol? Een sluitende verklaring werd nooit gevonden.
Wat volgde was een langzamerhand potsierlijk wordende reeks heruitgaven en verzamelaars en een nieuwe groep die uit de restanten ontstond. Klonk New Order op hun eerste single “Ceremony” (dat nog samen met Curtis werd geschreven) nog grotendeels als Joy Division, tegen 1983 maakte de groep met “Blue Monday” de blauwdruk van die fusie van dance en rock die naar het einde van het decennium in de Madchester-scene resulteerde. Voor de tweede maal stonden Peter Hook en Bernard Sumner aan de wieg van een vernieuwend geluid, maar dat is een verhaal op zich dat we u ongetwijfeld later zullen voorschotelen.
Matthieu Van Steenkiste
www.goddeau.com
ma 23 februari 2004

