What a day. De eerste werkdag in de industriële drukkerij overleefd. Om 08h00 zwaaide ik de deur ginder open, en om 15h30 zwaaide ik ze nog opgeluchter terug dicht. Moe als ik ben, beperk ik me tot een summier overzicht van de eerste indruk die mijn nieuwe collega’s me bezorgden.

  • collega 1: Een soort papa-figuur, maar aan de andere kant ook niet. Nogal bruin van velleke, getrimd ringbaardje en draagt twee trouwringen aan één vinger. Ik veronderstel dat hij zijn vrouw verloren heeft in een tragisch verkeersongeluk. Zegt om de drie kwartier wel eens een (volledige) zin om daarna weer een uur in stilte te vervallen.

  • collega 2: vertoont naast zijn naam wel nog meer gelijkenissen met de collega hierboven. Sketchy figuur. Ik verdenk hem er dan ook van stiekem (veel) op te kijken naar zijn collega. Stinkt uit zijn bek, en lijkt het nog te beseffen ook. Benieuwd of hij er morgen iets aan zal doen.

  • collega 3: van vreemde origine (ik gok Marokkaanse afkomst). Spreekt enkel Frans, maar volgens mij vergissen we ons allemaal en kan die jongen heel goed Nederlands. Coole typ, veel potentieel, maar ‘t komt er precies niet uit. Nuja, wat wil je ook met zo’n kutjob.

  • collega 4: Maximaal twee of drie jaar ouder dan ik. Speelt met alle plezier de baas (ondanks zijn leeftijd) en zadelt me op met werkjes die hij normaal moet doen. Aarzelt ook niet om me uit te lachen als ik niet direct in zijn ‘routine’ val.

Enfin, tot zover de eerste kennismakingen. Al een chance dat mijn baas nog een lekker ding is, dat verzacht het leed wetende dat ik bij Proximus geen armspieren zou moeten gebruiken waarvan ik het bestaan niet eens wist.

noot: na een klacht over de inhoud van en het woordgebruik in deze post wil ik benadrukken dat alles met een nodige korrel zout opgevat moet worden. Voor meer info kan je hier terecht.

Proximus, deel 2

juli 29, 2006

Na het telefonisch contact met de man van Proximus vrijdag dacht ik werkelijk dat het niets zou worden. Toch werd ik gisteren opnieuw gebeld met positief nieuws. Ik was bij de geselecteerden en mocht dinsdag beginnen …

Ware het niet dat ik uit wanhoop al had toegezegd voor een andere jobaanbieding (let’s say: onder mijn ‘niveau’). Enfin, ik kon twee dingen doen: ofwel voor Proximus gaan, ofwel voor het inpakwerk. Respectievelijk: voor één maand vast werk of voor twee weken. Respectievelijk een uitdaging vs. routineus bandwerk.

Als het van mij afhing was er geen probleem. Al zagen de ouders het niet zo zitten dat ik naar Brussel zou pendelen om te werken. Je weet wel, Brussel, waar er allerhande roofmoorden gebeuren ‘voe zwon iPod gelik daj gie èt‘.

Jammer. Heel jammer.

Oostende. Koningin der badsteden. Een ware schande dat ik, als geboren en getogen in West-Vlaanderen, niet méér naar de stad aan zee trek. Het zal zo z’n redenen wel hebben, met als voornaamste dat ik niet van koppen lopen hou. Maar goed.

Vandaag had ik afgesproken met een vriend om naar zee te trekken. Het weerbericht voorspelde geen overdreven warm weer dus qua mensenmassa’s zou het allemaal best wel meevallen. Ik maakte een tussenstop in Brugge alwaar ik eerst wat zou hangen met titi. Na wat gegeten te hebben in de binnenstad (ook hier: een schande dat ik als West-Vlaming zo weinig van Brugge ken/weet) namen we de trein richting zee.

Eigenlijk stond er bitter weinig op het progamma. De geplande zwembeurt dreigde echter – letterlijk – in het water te vallen door het weer. Ik besloot dan maar mooi droog (al is dat relatief) te blijven, terwijl mijn partner in crime zich toch aan een duikje waagde.

Toen we aanmaanden te vertrekken werd ik plots opgebeld door Proximus. Aan de andere kant van de lijn hing iemand die gebrekkig Nederlands praatte. “U hebt uw aanvraag voor ene vakantiejob bij de hoofdzetel van Proximus in Brussel ingediend?”, waarop ik positief antwoordde en de man mij ineens (telefonisch, nota bene!) aan een solicitatiegesprek onderwierp.

De ‘proef’ duurde een vijftiental minuten (bij de vraag ‘wat weet u over ons bedrijf?’ kreeg ik ineens een scène uit Het Eiland op mijn netvlies, Alain Vandam weet je wel) en aan het einde van het gesprek had ik zo het gevoel dat ik misschien toch niet zoveel zin had in het maken van powerpoint-presentaties om deze daarna aan verschillende bedrijven te gaan presenteren in ’s lands talen. Al is het maar omwille van mijn introverte karakter, waardoor ik al rode wangen krijg door een misplaatst mopje te verkopen aan de telefoon.

Hmz.

Penisnijd!

juli 26, 2006

In Humo 3438 verhalen zes mannen over hun  penis. Lust of last heet dat dan volgens het artikel. Toegegeven: de jongeheer vormt bij dit weer (wat een rijm, ha!) eerder een last omwille van een overdosis aan lust en een gebrek aan actie. Maar goed, tot daaraan toe. Het artikel dus. Los van het feit dat er wat vertekening aanwezig is wegens het enkel opnemen van heteromannen, kwam ik toch wel tot enkele verrassende vaststellingen. Neem bijvoorbeeld de flink geschapen, ervaren veertiger:

“Als je jong bent, loop je natuurlijk wél achter je penis aan. Dan voel je zo’n drang. Een dang die, denk ik, in oorsprong, met de voortplanting te maken heeft, maar die gelukkig wel afneemt. [...] Nu ik ouder ben, besef ik dat het ook niet allemaal om die penis draait, maar om twee mensen met ieder hun eigen verlangens en inbreng.”

Het ligt misschien aan mij, maar als twintiger heb ik niet het gevoel dat ik mijn pik achterna aan het lopen ben. Zelfs tussen de lakens ben ik nu niet bepaald ne dikken egoïst, me dunkt. (Bij een tweede lezing klinkt dit wel érg zelfingenomen) Maar goed, om (goeie) seks te hebben moet je nog steeds met twee personen zijn. Of je nu 20 of 47 bent … het lijkt me vanzelfsprekend dat je met elkaar rekening houdt. Al zijn er tegenwoordig geen zekerheden meer natuurlijk.

“Als je kan zeggen: ‘Dames ga eens aan de kant want ik weet niet hoe groot hij gaat worden,’ dat maakt toch indruk. En natuurlijk heb je het idee dat je moet compenseren als je dat niét kan zeggen. Ik denk echt dat mannen met een kleine penis – dat is trouwens ook beschreven – véél betere minnaars zijn. Zij zullen nooit maar wat op hun rug gaan liggen. Ze maken er werk van.”

De grootte en de dikte van de penis lijken dan weer gevoeliger te liggen. Resoluut kiest niemand voor de waarheid (?) en beweert iedereen dat de grootte en de dikte er niet toe doen. Zolang je er maar creatief mee kan omspringen, luidt het dan. Al ben ik er vrij zeker van dat de meeste problemen in een relatie vaak een seksuele oorsprong hebben. Als het niet meer klikt tussen de lakens, dan klikt het vaak ook niet meer tussen de twee personen in kwestie. En vice versa.

Uiteraard ben ik helemaal vóór creativiteit in bed, maar toch vind ik het wat eenzijdig om te stellen dat seksuele prestaties voornamelijk afhangen van de eventuele minderwaardigheidscomplexen. Akkoord dat je, indien je zelf al niet tevreden bent over je eigen pikkie, meer je best gaat doen omdat je ervan uitgaat dat de andere er ook zo over denkt. Maar zoiets heeft meer een psychologische dan een fysische basis.

Nuja. Tot zover de lust.
Terug naar de last dan maar.

Liefste Bertje

Met mij gaat alles prima en ik hoop dat ook met jou alles goed gaat. Ik las vandaag in Het Nieuwsblad dat je, nu ook op de speelplaats in de Wetstraat de vakantie is aangebroken, op reis gaat naar Kreta. Nu moet je weten dat ikzelf nog nooit op Kreta ben geweest. Evenmin heb ik de Gedroomde Tijd van Riccarelli gelezen. Ik wens je alvast een fijne reis toe, al had ik graag eerst het volgende euvel uit de wereld geholpen vooraleer je het vliegtuig neemt.

Ik las in de Morgen dat je ervan droomt om de luchthaven in Zaventem om te bouwen tot een sportsite. Zo zou je immers twee vliegen in een klap slaan: én de lawaaihinder rond Zaventem zou verdwijnen, én de gigantische sportsite zou ervoor kunnen zorgen dat Brussel de Olympische Spelen in 2024 binnenhaalt. Ik ben in elk geval al heel tevreden dat je je dromen wat realistischer formuleert dan Bart Somers, maar laat ons nu niet té hard van stapel lopen.

Zonder op de man te willen spelen –geef toe: de verhuis zou ook voor jou persoonlijk geen zo’n slechte zaak zijn– heb ik toch enkele vragen waarop ook jij mij (hoogstwaarschijnlijk) het antwoord schuldig zal moeten blijven:

1. Hoe verkoop je, na uitbundig en met veel gevolg de Vlaamse Feestdag gevierd te hebben een potentiële verhuis van de luchthaven van Zaventem (nota bene in Vlaanderen gelegen, jawel) naar Chièvres (dat, moest je het nog niet weten, in –jaja– Wallonië ligt)? Ik breng de economische gevolgen van een desbetreffende verhuis hier zelfs bewust nog niet in kaart.

2. Ik twijfel er niet aan dat het sportgebeuren en de levenskwaliteit tout court voor de omwonenden fors zal verbeteren. Misschien is dat ook wel een beetje nodig na al die slapeloze nachten en –hoe ironisch– het nachtelijke, eindeloze gepalaver van diezelfde mensen in bewonersgroepen om toch maar hun claim voor betere nachtrust te kunnen hard maken. Maar goed, ik wijk af. Je zou dus serieus willen investeren, positief discrimineren, als teken van bereidwilligheid zeg maar t.a.v. de benadeelden. Op zich is met barmhartigheid niets verkeerd hoor, al is de groep begunstigden hier wel érg klein tegenover van het investeringsbedrag.

3. Ten slotte zit je nog met onze absurde Belgische grondwet en de federale impasse waarin verschillende dossiers terechtkomen. Eerlijk: hoe kan je nu een dossier oplossen als een gewestelijke maatregel (bv. geluidsnormen) de mogelijkheid biedt om een federale spelregel (bv. spreidingsplan) buitenspel te zetten?

Ik hoop alvast dat je na het inchecken, tijdens het wachten in de terminal toch eventjes de tijd neemt om rustig naar buiten te turen en tot het besef komt dat ambitieuze plannen één iets zijn, maar de verwezenlijking (én implicaties ervan) iets totaal anders zijn. Desalniettemin wens ik je een vertrek zonder al te veel vertraging (doch: voorlopig nog even vanuit Zaventem), een behouden vlucht en last but not least een aangename en ontspannende reis toe.

Groetjes.

So here we are (again).

Tientallen gebruikersnamen, twee talen en enkele url’s later besluit ik om hier mijn kans eens te wagen. Is dit nu later? Heu, eigenlijk niet neen. Je kan nog steeds hetzelfde verwachten als voordien.